Aanwijzingen voor ‌werkzaamheden

Met behulp van de houder (16) kunt u het meetgereedschap aan verschillende soorten voorwerpen met een dikte van 10 tot 60 mm bevestigen, bijv. aan verticale of horizontale planken of buizen.

Draai de bevestigingsschroef (15) van de houder los, plaats de houder op de gewenste plek en draai de bevestigingsschroef weer vast.

Plaats het meetgereedschap met de statiefopname (6) op de 1/4"-schroef (13) van de houder en draai het met matige kracht op de houder vast. Draai het meetgereedschap niet te vast aan. Anders kan het beschadigd worden.

Lijn de houder grof uit, voordat u het meetgereedschap inschakelt. Draai hiervoor de vastzetschroef (14) van de houder los. Beweeg het meetgereedschap in een horizontale positie (met de statiefopname (6) omlaag) naar de gewenste hoogte. Draai de vastzetschroef weer vast.

U kunt het meetgereedschap ook met de adapterplaat (3) op de houder bevestigen.

Een statief biedt een stabiele, in hoogte instelbare meetondergrond. Plaats het meetgereedschap met de 1/4"-statiefopname (6) op de schroefdraad van het statief (11) of op een gangbaar fotostatief. Schroef het meetgereedschap met de vastzetschroef van het statief vast.

Stel het statief grof af voordat u het meetgereedschap inschakelt.

U kunt het meetgereedschap ook met de adapterplaat (3) op het statief bevestigen.

De adapterplaat (3) maakt het nauwkeurig uitlijnen van het meetgereedschap op een referentiepunt gemakkelijker en maakt snel opzetten en wegnemen van het meetgereedschap mogelijk.

De adapterplaat (3) kan op de houder (16) of het statief (11) worden bevestigd.

  • Houder: zet de adapterplaat met de 1/4"-opname (1) op de schroef (13) van de houder en draai deze met matige kracht op de houder vast.
    Aanwijzing: Draai de vastzetschroef (14) van de houder los, wanneer u de positie van het meetgereedschap wilt wijzigen. Bij het draaien van de adapterplaat zonder dat de vastzetschroef is losgedraaid, kan de adapterplaat los gaan zitten en het meetgereedschap eraf vallen.
  • Statief: schroef de vastzetschroef van het statief in de 1/4"-opname (1) van de adapterplaat vast.

Duw het meetgereedschap zodanig in de adapterplaat (3) dat de vergrendelingen van de adapterplaat in de uitsparingen aan twee kanten van het meetgereedschap vastklikken. De adapterplaat kan aan de onder-, achter- en bovenkant van het meetgereedschap worden bevestigd.

Controleer of het meetgereedschap stevig vastzit.

Bij montage van de adapterplaat aan de achterkant kan het meetgereedschap in hoogte, bij montage aan de boven- of onderkant zijdelings worden uitgelijnd. Draai aan de fijninstelschroef (2) van de adapterplaat om de laserlijn op een referentiepunt uit te lijnen.

De laserbril filtert het omgevingslicht uit. Daardoor lijkt het licht van de laser voor het oog helderder.

  • Gebruik de laserbril (accessoire) niet als veiligheidsbril. De laserbril dient voor het beter herkennen van de laserstraal; deze beschermt echter niet tegen de laserstraling.
  • Gebruik de laserbril (accessoire) niet als zonnebril of in het verkeer. De laserbril biedt geen volledige UV-bescherming en vermindert het waarnemen van kleuren.